3.1.2 3.1.2 Energiespaarfunctie
Schakel het meetgereedschap in. Als het niet wordt gebruikt schakelt het na ongeveer
15 minuten automatisch uit. Kort daarvoor klinkt een zoemer.
3.1.3 Wisselspanningsherkenning zonder aanraking
Zet de draaischakelaar op positie
verticaal en horizontaal gecentreerd is en de leiding aanraakt. Als er een spanning van meer
dan 110 V (effectieve waarde) bestaat, gaat de waarschuwingslamp branden en klinkt de
zoemer.
Instructie:
Ook als de LED niet brandt kan er toch spanning zijn. Vertrouw niet op de
spanningsherkenning om een onder spanning staande leiding te herkennen.
Dit hangt ook af van het soort stopcontact, de dikte van de isolatie en een reeks
verdere bepalende factoren.
Als de ingangsaansluiting van het meetgereedschap onder spanning staat kan het zijn,
dat de lamp die waarschuwt voor spanning ook vanwege die spanning gaat branden.
Houd het meetgereedschap bij metingen ver van bronnen van ruis zoals tl-buizen,
lampen met dimmer, motoren, etc. Deze bronnen kunnen de functie wissel-
spanningsherkenning zonder aanraking activeren en daardoor het testresultaat
onbruikbaar maken.
3.2 Meetfuncties
3.2.1 Wissel- en gelijkspanningsmeting
Probeer geen spanningen te meten die mogelijk meer dan 1.000 V DC of 750 V AC
(effectieve waarde) bedragen. Anders bestaat het gevaar van stroomschokken of
beschadigingen aan het meetgereedschap.
Leg niet meer dan 1.000 V DC of 750 V AC (effectieve waarde) aan tussen de massa-
aansluiting en de aarding. Anders bestaat het gevaar van stroomschokken of bescha-
digingen.
Spanning is het verschil in elektrisch potentieel tussen twee punten.
De polariteit van wisselstroom (AC) verandert periodiek. De polariteit van gelijkstroom (DC)
is gelijkblijvend.
De gelijkspannings-bereiken van het meetgereedschap zijn 400,0m V, 4,000 V, 40,00 V,
400,0 V en 1.000 V. De wisselspannings-bereiken zijn 400,0mV (uitsluitend in de MAN-
bereikmodus), 4,000 V, 40,00 V, 400,0 V en 750 V.
Zo meet u wissel- of gelijkspanning:
1. Zet de draaischakelaar in de stand
2. Verbind de zwarte meetkabel en de rode meetkabel met resp. de aansluiting COM en V.
3. Verbind de meetkabels met het meetcircuit.
4. Lees de aangegeven waarde af. Als u gelijkspanning meet, wordt de polariteit van de
rode meetkabelaansluiting aangegeven.
Instructie:
De weergave kan in het bijzonder bij de bereiken DC 400mV en AC 400mV instabiel
worden, zelfs als er geen meetkabels in de ingangsaansluitingen zitten. Als dit gebeurt
en u vermoedt dat de meetwaarde fout is, sluit u de V-aansluiting en de COM-aansluiting
kort en let u er op dat nul (0) wordt weergegeven.
NCV
en houd het apparaat zo, dat het bovenste deel
.