Digitale multimeter F73
DUT
1. Algemene instructies
Dit meetgereedschap voldoet aan de normen IEC61010-1, CAT III 1.000V en CAT IV 600V
voor overspanningen. Zie specificaties.
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg de gedetailleerde veiligheids-
richtlijnen op, zodat u het meetgereedschap zo goed mogelijk kunt gebruiken.
De bij het gereedschap en in de gebruiksaanwijzing gebruikte internationale symbolen
worden in paragraaf 1.1.3 verduidelijkt.
1.1. Veiligheidsrichtlijnen
1.1.1 Opmerkingen vooraf
Meetcategorie III geldt voor metingen aan installaties in gebouwen.
VOORBEELDEN: Metingen aan stroomverdeelpanelen, veiligheidsschakelaars,
bedradingen inclusief leidingen, stroombussen, verdelers, schakelaars en stopcontacten
in vaste installaties, alsmede aan industriële en diverse andere installaties, bijvoorbeeld
stationaire motoren met permanente aansluiting op de vaste installatie.
Meetcategorie II geldt voor metingen aan stroomcircuits die een directe verbinding met
een laagspanningsinstallatie hebben.
VOORBEELDEN: Metingen aan huishoudelijke apparaten,draagbare gereedschappen en
dergelijke.
Meetcategorie I geldt voor metingen aan stroomcircuits die geen directe verbinding met
het stroomnet hebben.
VOORBEELDEN: Metingen aan stroomcircuits die niet van het net afgetakt zijn en aan
wel van het net afgetakte stroomcircuits die (intern) speciaal beveiligd zijn. In het laatste
geval is de belasting door verstoringen variabel, waardoor de gebruiker de verstorings-
bestendigheid van het systeem moet kennen.
Bij gebruik van deze multimeter dient de gebruiker alle normale veiligheidsregels met
betrekking tot de navolgende punten in acht te nemen:
- Bescherming tegen de gevaren van elektrische stroom.
- Bescherming van de multimeter tegen verkeerd en ondeskundig gebruik.
Gebruik voor uw eigen veiligheid uitsluitend de meegeleverde meetsondes. Controleer of
deze deugdelijk zijn voor gebruik.
1.1.2 Veilig gebruik
Houd er rekening mee dat het scherm instabiel kan worden of grote fouten kan
aangeven, wanneer het meetgereedschap wordt gebruikt in de buurt van systemen die
ruis veroorzaken.
Gebruik het meetgereedschap of de meetkabels niet als ze beschadigd zijn.
Gebruik het meetgereedschap uitsluitend zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
Anders wordt de beveiliging van het apparaat mogelijk aangetast.
Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden in de buurt van niet-geïsoleerde geleiders of
busbars.
Gebruik het meetgereedschap niet in de buurt van explosieve gassen, dampen of stof.
Controleer door het meten van een bekende spanning of het apparaat goed function-
eert. Gebruik het het meetgereedschap niet als u fouten constateert. De beveiliging is
mogelijk aangetast. Laat het door de klantenservice testen als u het niet zeker weet.
Let er bij metingen op dat aansluitingen, functie en bereik correct zijn gebruikt en in-
gesteld.