NL
De naad wordt
gerimpeld.
De steken vormen
oogjes aan de
onderkant.
De stof wordt
niet gelijkmatig
aangevoerd.
Het product werkt
niet.
De
knoopsgatsteken
zijn ongelijk.
122
De bovendraad is te strak gespannen.
Het inrijgen is niet goed uitgevoerd.
De naald is te dik voor de stof.
De steeklengte is te lang voor de stof.
• Bij het naaien van zeer dunne stoffen
moet u zijdepapier onder de stof leggen.
De bovendraad is te los gespannen.
De draad is te dik of te dun voor de
naald.
De aanvoer is geblokkeerd door pluisjes.
De steeklengte is te kort.
De stekker zit er niet in.
Draden zitten vast bij de grijper.
De as van het spoelmechanisme staat in
de hoogste stand.
De steeklengte is niet geschikt voor de
stof.
De stof wordt met handkracht
teruggetrokken of tegengehouden.
Zie Bovendraadspanning
aanpassen.
Zie Bovendraad inrijgen.
Zie Steekkeuzeknop.
Stel een kortere steeklengte in.
Zie Bovendraadspanning
aanpassen.
Zie Tabel met draden en naalden.
Zie Grijper en aanvoer
schoonmaken.
Stel een langere steeklengte in.
Zie Netaansluiting.
Zie Grijper en aanvoer
schoonmaken.
Zie Onderdraad spoelen.
Zie Steekkeuzeknop.
Gebruik niet te veel kracht om de
stof te leiden.