Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Meting Van Relatieve Waarden; De Huidige Temperatuur Als Referentiewaarde Gebruiken; Een Bepaalde Temperatuur Als Referentiewaarde Invoeren; Gemeten Waarde Vasthouden - Monacor DTM-506RS Bedienungsanleitung

Inhaltsverzeichnis

Werbung

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 4
fende toetsen de bovenste grens-
NL
waarde ingevoerd kan worden. Voer
B
steeds een 4-cijferige waarde plus
een cijfer na de komma in, bv. 0030 5
voor 30,5 °C. Om een negatieve tem-
peratuur in te voeren, drukt u op de
toets "-0" (4) na invoer van de cijfers.
Bij foutieve invoer drukt u verschil-
lende keren op de "HOLD"-toets tot
de hoofdweergave opnieuw de sen-
sortemperatuur toont. Voer nu de cij-
fers helemaal opnieuw in.
4) Na de invoer van de bovenste grens-
waarde drukt u opnieuw op de toets
"HOLD" (9). In de rechter bovenhoek
van het display verschijnt de melding
"SET LIMIT Lo".
5) Voer met de betreffende toetsen de
onderste grenswaarde in.
6) Druk weer tweemaal op de toets
"HOLD", en in de hoofdweergave ver-
schijnt opnieuw de sensortempera-
tuur.
7) Schakel met de toets "Hi/Lo LIMITS"
(7) de alarmmodus in. Rechts naast
de hoofdweergave wordt de melding
"LIMITS" weergegeven. Door op-
nieuw op de toets "Hi/Lo LIMITS" te
drukken, kunt u de modus weer uit-
schakelen.

5.5 Meting van relatieve waarden

Op basis van een temperatuurwaarde
kunnen eventuele afwijkingen in de
hoofdweergave (a) gemeten worden. De
huidige temperatuur of een voorgepro-
grammeerde temperatuur kan als refe-
rentiewaarde dienen.
5.5.1 De huidige temperatuur als refe-
rentiewaarde gebruiken
1) Druk op de toets "REL" (6). De hui-
dige temperatuur dient als referentie-
waarde. De hoofdweergave toont
"0.0" en "REL".
2) Bij wijziging van de temperatuur wor-
den de afwijkingen ten opzichte van
de referentiewaarde weergegeven.
3) Om de meting van relatieve waarden
ongedaan te maken, drukt u opnieuw
op de toets "REL".
44
5.5.2 Een bepaalde temperatuur als
referentiewaarde invoeren
Wenst u een welbepaalde temperatuur
als referentiewaarde te gebruiken, moet
u deze op voorhand invoeren. Voor de
invoer mag de meting van relatieve
waarden nog niet geactiveerd zijn. Druk
op de toets "REL" (6) om de functie
eventueel nog uit te schakelen.
1) Druk op de toets "SET" (12). De
hoofdweergave (a) toont
melding "REL SET".
2) Voor alle toetsen geldt nu de tekst bo-
ven de toetsen, zodat u met de be-
treffende toetsen de gewenste refe-
rentiewaarde uur kunt invoeren. Voer
steeds een 4-cijferige waarde plus
een cijfer na de komma in, bv. 0021 7
voor 21,7°. Om een negatieve tempe-
ratuur in te voeren, drukt u op de
toets "-0" (4) na invoer van de cijfers.
Bij foutieve invoer drukt u verschil-
lende keren op de "HOLD"-toets (9)
tot de hoofdweergave opnieuw de
sensortemperatuur toont. Voer nu de
cijfers helemaal opnieuw in.
3) Na invoer van de referentietempera-
tuur drukt u verschillende keren op de
"HOLD"-toets tot de hoofdweergave
opnieuw de sensortemperatuur toont.
4) Druk op de toets "REL" (6) om de me-
ting van relatieve waarden in te scha-
kelen. De hoofdweergave toont "0.0"
en "REL".
5) Om de ingevoerde referentiewaarde
voor de meting te activeren, drukt u
op de toets "SET" (12). De afwijkin-
gen ten opzichte van de referentie-
waarde worden nu weergegeven.
6) Om de meting van relatieve waarden
ongedaan te maken, drukt u opnieuw
op de toets "REL".

5.6 Gemeten waarde vasthouden

U kunt een gemeten waarde in de
hoofdweergave (a) vasthouden ("invrie-
zen"), om bv. na wegnemen van de sen-
soren de waarde beter te kunnen afle-
zen.
1) Om de gemeten waarde vast te hou-
den, drukt u kortstondig op de toets
"HOLD" (9). Boven op het display
verschijnt de melding "HOLD".
en de

Werbung

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis