zijn;
-
de stroom afsluiten in het geval iets niet goed functioneert
en voordat u gaat schoonmaken of ander onderhoud
uitvoeren;
-
als het apparaat niet in gebruik is de stroom van de oven
afsluiten en een eventuele gaskraan;
-
gebruik ovenwanten voor het in en uit de oven halen van
de schotels;
Belangrijk: sluit altijd eerst de stroom af voordat u overgaat
tot regelen, onderhoud enz.
Het installeren van de inbouwoven
Voor het goed functioneren van de inbouwoven is het
noodzakelijk dat het meubel de juiste kenmerken heeft. In
de afbeelding hieronder vindt u de afmetingen van de
uitsparing in het meubel voor onder de aanrecht en voor
stapelbouw.
-
pak het handvat van de deur in het midden aan, daar de
uiteinden heet kunnen zijn vanwege de uitlaat van lucht;
-
controleer altijd dat de knoppen op de positie "•"/"o" staan
als het apparaat niet in gebruik is;
-
snijd de voedingskabel door na het afsluiten van de stroom
in het geval u het apparaat niet meer gebruikt;
•
de fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor
eventuele schade die te wijten is aan verkeerd installeren
of onjuist, verkeerd, onverstandig gebruik.
Het installeren
Voor voldoende luchting moet de achterwand van de
uitsparing verwijderd worden. Het is het beste de oven
zodanig te installeren dat hij op twee houten lijsten steunt.
In het geval de oven op een hele plank steunt moet een
opening aanwezig zijn van 45x560mm.
Voor het bevestigen van de oven aan het meubel opent u
de ovendeur en bevestigt u de oven met 4 houtschroeven
in de 4 gaten in de buitenrand.
De panelen van de aangrenzende kastjes moeten
hittebestendig zijn. Speciaal in het geval van fineerhout
moet de lijm bestand zijn tegen een temperatuur van
100°C.
Conform aan de veiligheidsnormen mag, nadat het
apparaat is ingebouwd, geen contact mogelijk zijn met
electrische oppervlakken. Alle onderdelen die de protectie
garanderen moeten zodanig bevestigd zijn dat ze niet
zonder behulp van een gereedschap verwijderd kunnen
worden.
Electrische aansluiting
De ovens die voorzien zijn van een voedingskabel zijn
gebruiksklaar voor het functioneren met wisselstroom met
spanning en frequentie zoals aangegeven op het
typeplaatje (op het apparaat) en in de gebruiksaanwijzing.
De aardleiding is geel/groen.
48