eindelijnweerstanden zijn vereist. De waarden zijn: 1, 2,2, 3,3,
4,7, 5,6 en 6,8 kΩ. Afbeelding 5 toont:
1.
Jumper voor eindelijnweerstand
2.
Aansluitconnector
U kunt de jumpers eventueel ook verwijderen en een
onopvallende weerstand rechtstreeks aansluiten op het alarm
of de sabotage-uitgangen, zoals wordt aangeduid door de
apparatuur door derden.
Tabel 1: Aansluitingen
Aansluiting
Label
1, 2
ALARM N/C
2, 3
EOL
3, 4
TAMPER N/C
5, 6
ALARM N/O
+, − 12V
7, 8
gelijkstroom
Multibeam-uitlijning en maskering
De multifunctionele lens die op de DDI602-detector is
gemonteerd, produceert zeven beams met een lang bereik en
zeven PIR-gordijnbeams met een gemiddeld tot kort bereik.
Het PIR-circuit detecteert wijzigingen in de warmte en
beweging van het stralenpatroon; er moet rekening worden
gehouden met items zoals bomen, struiken, vijvers,
schoorsteenpijpen en dieren bij de plaatsing van de detector.
De radarmodule detecteert de daadwerkelijke bewegingen
naar de detector toe of van de detector af, en is
geprogrammeerd om objecten te negeren die zich buiten het
vooringestelde detectiebereik bewegen.
Opmerking:
PIR-sensor is gevoeliger voor bewegingen door
de beams heen, en minder gevoelig voor bewegingen
rechtstreeks naar de beams toe of weg van de beams.
Radarsensor is gevoeliger voor bewegingen naar de detector
toe en van de detector af.
De detectormodule is uitgerust met twee gordijnmaskers om
de detectiehoek te verkleinen van alleen de PIR-sensor.
De gordijnmaskers zijn gemonteerd op de draai- en
kantelmodule, zoals in afbeelding 6 wordt getoond. Elk deel
van de detectorlens heeft een dekkingspatroon van ongeveer
10 graden.
Een extra set gordijnmaskers is bijgevoegdvoor het nog verder
verkleinen van het stralenpatroon, bijv. als een minimale
detectiehoek van 10 graden noodzakelijk is.
Wanneer de dekking het gewenste detectiegebied overschrijdt,
past u de module zo nodig aan en maskeert u de verticale of
horizontale stralen om ongewenste detectie te voorkomen.
Breng delen van de zelfklevende, zilverkleurige maskering aan
op de gladde achterzijde van de lens, zoals wordt getoond in
afbeeldingen 9, 10, 11, 13. Til voorzichtig de bovenste en
onderste randen van de draai- en kantelmodule op om de lens
los te maken. Als u de lens wilt terugplaatsen, schuift u eerst
één kant van de lens in de klemmen op de draai- en
kantelmodule. Nadat een kant is vastgezet, doet u hetzelfde
aan de andere kant. Als beide zijden vast zitten, tilt u de
bovenste en onderste randen van de draai- en kantelmodule
voorzichtig omhoog, zodat de lens op zijn plaats klikt.
P/N 1069154-ML • REV H • ISS 26FEB25
Beschrijving
Alarmrelais, "normally closed", normaal
gesloten
Eindelijnweerstanden
Sabotagerelais, "normally closed",
normaal gesloten
Alarmrelais, "normally open", normaal
geopend
12 V
voeding
Plaats de lens altijd op de goede manier terug, zodat u een
juiste dekking van het stralenpatroon krijgt. De bovenkant van
de lens is aangeduid met TOP, zoals in afbeelding 7 wordt
getoond.
Tabel 2 hieronder vindt u een overzicht van de typische
maskeringsconfiguraties die u kunt gebruiken wanneer het
bereik is ingesteld op 30 meter.
Tabel 2: Maskeringsconfiguraties voor een maximaal bereik
Configuratie
Hoogte
(m.)
Multibeam,
3
optimaal
Multibeam
6
Ongevoelig voor
1.5
(huis)dieren [1]
Gordijndekking [2]
6
[1]
Zwarte gebied moet worden gemaskeerd voor huisdiervriendelijke
toepassingen tot maximaal 30 meter.
[2]
Zwarte gebied moet worden gemaskeerd voor gordijndekking.
Afbeelding 9 geeft het zijaanzicht bij een montagehoogte van
3 meter.
Afbeelding 9
(1) Sectie voor ver bereik (30 m)
(2) Sectie voor kort/middenbereik (6 tot 20 m)
Opmerking afbeelding 9:
niveau 3, vereist montage op 3 m hoogte en aanpassing op 0º,
of montage op 1,5 m hoogte en aanpassing op −2º.
Afbeelding 10 geeft het zijaanzicht bij een montagehoogte van
6 meter.
Opmerking afbeelding 10:
volgens EN 50131-2-4.
Opmerking afbeelding 11:
sectie voor huisdiervriendelijke toepassingen tot maximaal
30 meter.
Opmerking afbeelding 13:
volgens EN 50131-2-4. Maskeer de zwart gemarkeerde sectie
voor toepassingen met gordijndekking.
Afbeelding 12 toont het patroon voor het maximale bereik in de
optimale positie (zie afbeelding 9). Maskering van de bovenste
sectie reduceert het bereik tot 20 meter.
Afbeelding 14 toont het patroon voor het minimumbereik
(10 meter). In dit geval reduceert maskering van de bovenste
sectie van de lens het bereik tot 6 meter.
Afbeeldingen 12 en 14
(1) Radar-dekking
(2) PIR-dekking
In afbeelding 15 worden de mogelijke uitlijningen getoond
wanneer de detector vlakbij een wand is gemonteerd.
Afbeelding 15
(1) 90° montage, niet aanbevolen
(2) 55° montage, aanbevolen
(3) Behuizing detector
(4) Lang bereik richting beam
(5) Wand
De uitlijning zoals deze wordt getoond bij item 1 in afbeelding
15 wordt niet aanbevolen. Indien de kop van de detector in een
hoek van 90° is gemonteerd ten opzichte van het detectieveld,
Hoek
Max. bereik
Referentie
(°)
(m.)
0
30
Afbeelding 9
9
25
Afbeelding 10
−2
30
Afbeelding 11
45
5
Afbeelding 13
Compliance volgens EN 50131-2-4,
Deze configuratie is niet getest
Maskeer de zwart gemarkeerde
Deze configuratie is niet getest
27 / 42