ES
ATENCIÓN
Detenga siempre el
vehículo para el
cambio de velocidad o de
dirección con el objetivo de
evitar dañar la caja
de cambio y el motor.
3. Acelerador: aumenta la velocidad del vehículo.
- Para que el vehículo avance, pise el pedal.
- Para detener o ralentizar el vehículo, disminuya la presión sobre el pedal.
4. Controles del volante: accione el claxon pulsando el botón de la izquierda y pulse el botón de la
derecha para arrancar el motor.
5. Radio: permite escuchar una fuente de audio y ajustar el volumen. Formatos compatibles (USB): MP3.
La pantalla muestra el nivel de carga de la batería (ver pág. 18).
6. Función R/C: Interruptor para elegir entre el control del conductor (PEDAL) o el control remoto (R/C).
ATENCIÓN Asegúrese de que el niño sepa cómo conducir, arrancar, detenerse y de que conozca
las normas para una conducción prudente.
NL
LET OP
Stop het voertuig altijd bij het
wijzigen van de versnelling of
de richting om beschadiging
van de versnellingsbak en de
motor te voorkomen.
- Laat de druk op het pedaal af om te stoppen of te vertragen.
4. Stuurbediening: Activeer de claxon door op de linkerknop te drukken en druk op de rechterknop voor
het startgeluid van de motor!
5. Autoradio: luister naar een audiobron en pas het volume aan. Ondersteund formaat (USB): MP3. Het
display toont het laadniveau van de batterij (zie P.27).
6. R/C-functie: Schakelaar om de bestuurdersbediening (PEDAL) of de afstandsbediening (R/C) te selecteren.
LET OP! Zorg ervoor dat uw kind weet hoe te sturen, starten en stoppen en bekend is met de regels
van veilig rijden.
2/05/2024
1. Botón Start/Stop: Encendido y apagado del vehículo.
2. Palanca de dirección DELANTE/ATRÁS: esta permite seleccio-
nar el sentido de la marcha del vehículo: DELANTE (Forward), y
ATRÁS (Reverse)
- Para que el vehículo avance, pulse
- Para que el vehículo recule, pulse
1. Start/stop-knop: schakelt het voertuig in en uit.
2. Hendel VOORUIT/ ACHTERUIT: selecteert de richting van het
voertuig, VOORUIT (forward), en ACHTERUIT (reverse) :
- Druk op
, om de auto vooruit te rijden.
- Druk op
, om de auto achteruit te rijden.
3. Gaspedaal: verhoogt de snelheid van het voertuig.
- Druk op het pedaal om de auto vooruit te brengen.
73