Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 12
Uitleg van de gebruikte pictogrammen
1. Lees de gebruiksaanwijzing, volg de waarschuwingen en
veiligheidsaanwijzingen op!
2. Neem de accu uit het toestel weg voordat met enige regel- of
reinigingswerkzaamheden te beginnen.
3. Bescherm het toestel tegen vocht.
4. Accucellen niet in het vuur werpen.
5. Ze vormen een bedreiging voor het watermilieu.
6. Recyclage.
7. Voor binnengebruik
8. Richt de straal nooit in de richting van mensen, dieren of installaties
onder spanning.
9. Laat kinderen niet in de buurt van het gereedschap komen.
10. Voordat met de reparatie te beginnen, onderbreek de verbinding
met de oplader.
11. Maximale toegestane temperatuur van de cellen.
12. Tweede veiligheidsklasse.
13. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (oog- en
gehoorbescherming).
14. Gebruik veiligheidshandschoenen.
OPBOUW EN BESTEMMING
De compressor is een compact, draagbaar toestel gevoed door een
accu, waardoor het op een willekeurige plek gebruikt kan worden. Het
toestel wordt door een motor met constante stroom die de compressor
dreeft aan. Het toestel wordt van een verlicht digitale manometer,
verlichting (LED diode), automatisch uitzetten na het bereiken van de
doeldruk en de functie van het opslaan van de laatste druk gekozen
voor het uitzetten van het toestel voorzien.
De compressor is bestemd voor het pompen van zulke voorwerpen als
autobanden,
fietsbanden,
luchtbedden, strandspeelgoed en andere opblaasvoorwerpen. De
compressor is niet bestemd voor het opblazen van voorwerpen van
grote volumes, zoals rubberen pontons en grote luchtbedden.
Gebruik het toestel voor het vullen van luchtbakken niet als luchttoetsel
of voor het spuiten van chemische stoffen.
BESCHRIJVING VAN GRAFISCHE PAGINA'S
De onderstaande nummering heeft betrekking op de elementen van
het toestel weergegeven op de grafische pagina's van deze
gebruiksaanwijzing.
1. Bevestigende moer
2. Hoofdschakelaar
3. Verlichting
4. Displayindicatie
5. Knop "+"
6. Knop aan/uit op het display
7. Knop "-"
grasmaaierbanden,
sporttoestellen,
8. Knop van de bevestiging van de accu
9. Accu
10. Oplader
11. LED diodes
12. Knop van de INDICATIE VAN DE OPLAADSTATUS VAN DE ACCU
13. Indicatie van de oplaadstatus van de accu (LED diode).
14. Drukluchtslang
15. Adapter van de drukluchtslang
* Er kunnen verschillen tussen de afbeelding en het product optreden.
OMSCHRIJVING VAN DE GEBRUIKTE GRAFISCHE TEKENS
WAARSCHUWING
UITRUSTING EN ACCESSOIRES
1. Drukluchtslang
2. Diverse eindstukken voor het pompen - 6 st.
WERKVOORBEREIDING
ACCU PLAATSEN / VERWIJDEREN
Druk op de bevestigingsknoppen van de accu (9) en trek de accu (8)
naar beneden (afb. A).
Plaats de opgeladen accu (9) in de bevestiging van de accu in het
handvat, zodat de knoppen van de blokkade een geluid geven (8).

ACCU OPLADEN

Het toestel wordt tezamen met gedeeltelijk opgeladen accu geleverd.
Het opladen van de accu dient in de temperatuur tussen 4
gebeuren. Een nieuw accu of een door een langere periode niet
gebruikte accu gaat de volledige aandrijvingsvermogen na ong. 3 - 5
oplaadbeurten bereiken.
• Verwijder de accu (9) uit het toestel (afb. A).
• Steek de oplader in het stopcontact (230 V AC).
• Sluit het laadstation (9) op de oplader (10) aan (afb. B). Controleer of
de accu correct geplaatst werd (tot het einde ingeschoven).
Na aansluiting van de oplader op het netwerk (230 V AC) gaat de groene
diode (11) op de oplader branden, wat het aansluiten van de spanning
weergeeft.
Na het plaatsen van de accu (9) in de oplader (10) gaat de rode diode
(11) op de oplader branden, wat het opladen van de accu weergeeft.
Tegelijkertijd gaan de groene diodes (13) van de indicatie van de
oplaadstatus met een pulslicht in verschillende combnaties branden
(zie eronder).
• Pulslicht van alle diodes - de accu is leeg en moet worden
opgeladen.
• Pulslicht van 2 diode's - accu is gedeeltelijk leeg.
• Pulslicht van 1 diode - accu is bijn volgeladen.
Als de accu vol is, gaat de diode (11) op de oplader met een groen licht
branden en alle diodes van de indicatie van de oplaadstatus van de accu
(13) gaan met een constant licht branden. Na een bepaalde tijd (ong. 15
sec.) gaan de diodes van de oplaadstatus van de accu (13) dimmen.
De accu mag niet langer dan 8 uur worden opgeladen. De
overschrijding van deze tijd kan een beschadiging van de cellen
van de accu als gevolg hebben. Na het volladen van de accu gaat de
oplader niet automatisch uit. De groene diode op de oplader gaat
steeds branden. De diodes van de indicatie van de oplaadstatus
van de accu gaan na een bepaalde tijd dimmen. Voordat de accu uit
de oplader weg te nemen, onderbreek de verbinding met de
spanning. Vermijd korte, opeenvolgende oplaadbeurten. Laad de
accu's niet bij na een kort gebruik van het toestel. Een aanzienlijke
verkorting van de tijd tussen de nodige oplaadbeurten houdt in dat
de accu verbruikt en uitgewisseld dient te worden.
Tijdens het oplaadproces raken de accu's heet. Begin nooit met het
werk als de accu pas opgeladen werd wacht totdat de accu tot de
kamertemperatuur
afkoelt.
beschadigingen van de accu worden voorkomen.
70
1 st.
C - 40
0
Op
die
manier
kunnen
C te
0
de
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis