CAUTION
!
5 Installatie en instelling
WARNING
Een correcte installatie is cruciaal voor een goede
!
werking van het apparaat. Het is van belang dat u
deze sectie van de handleiding en documentatie
DANGER
die bij eventuele andere onderdelen geleverd is
doorleest voordat u begint met de installatie.
CAUTION
Waarschuwing. Het apparaat is waterdicht aan
de voorkant. Bescherm de achterkant echter
tegen water. Indien water door het luchtgat
het apparaat binnenkomt kan het beschadigd
worden. De garantie dekt schade door vocht
of water dat via de achterkant het apparaat is
binnengekomen niet.
Verzekert u zich ervan dat installatiegaten de
constructie van de boot niet verzwakken. Als
u twijfelt, raadpleeg dan een bootbouwer.
5-1 Installatie
R310 beeldscherm-unit
1.
Kies een plaats voor het beeldscherm waar het:
Goed zichtbaar is en niet gemakkelijk
beschadigd kan worden.
Tenminste 100 mm van een kompas en min.
500 mm van een radio- of radarantenne is
verwijderd.
Verwijderd is van motoren, TL-verlichting en
spanningsregelaars.
Van achteren goed bereikbaar is; de minimale
ruimte achter het apparaat dient 50 mm te
zijn (zie rechts).
Aan de achterkant niet nat kan worden.
2.
Het apparaat dient op een vlak paneel
dat niet dikker is dan 20 mm bevestigd te
worden. Plak de bevestigingsmal op de juiste
plaats. Boor een gat van 50 mm door het
middelste gat van de mal. De mal voorziet
in ruimte om het apparaat heen voor de
beschermhoes.
3.
Verwijder de bevestigingsmoer van de
achterkant van het apparaat. Steek de bout
aan de achterkant van het apparaat door het
bevestigingsgat. Schroef de moer er met de
hand op vast.
Stroom/data bedrading
Volg het bedradingsvoorbeeld op de volgende
pagina:
44
Northstar Explorer R310 Installation and Operation Manual
Montage du boîtier
Epaisseur maximum 20 mm
Trou de
montage
50 mm
Boîtier
Profondeur minimum
côté cabine 50 mm
1.
De R310 heeft 12 V DV stroom nodig.
Installeer een stroomschakelaar en zekering
of voorzie het instrument middels een
geaarde hulpschakelaar van stroom. De
zekering dient 1 A te zijn voor maximaal vijf
Northstar 310-serie instrumenten.
2.
Indien de R310 data van andere instrumenten
dient te ontvangen via NavBus, installeert u
deze instrumenten dan en sluit de R310 op
NavBus aan.
NB: Indien een instrument op de R310 kan
worden aangesloten via NavBus en via NMEA,
gebruikt u dan NavBus, omdat via NavBus
meer informatie gedeeld kan worden. (Zie
sectie 3-1).
3.
Indien de R310 NMEA-data dient te
ontvangen van andere compatibele
instrumenten, installeer deze instrumenten
dan en verbind de NMEA-output van elk
instrument naar een van de drie R310
NMEA-inputs. Maximaal drie instrumenten
kunnen via NMEA worden aangesloten.
4.
Plak ongebruikte bedradingen en
verbindingsstukjes af of dek ze anderzins af
om ze tegen water te beschermen en houd
ze apart om kortsluiting te voorkomen.
Instellen en testen
Stel het beeldscherm in zoals beschreven wordt in
sectie 5-2. Maak een proefvaart om te controleren
of alle instrumenten goed functioneren.
Ecrou