De omgevingsthermostaat op de gewenste
temperatuur instellen.
Let op ! Indien de thermostaat ingesteld is op een
temperatuur lager dan de omgevingstemperatuur,
zal het toestel niet beginnen op te warmen. In dit
geval, de thermostaat op een hogere temperatuur
instellen.
VENTILATIE IN DE ZOMER
Indien u het toestel als ventilator wenst te
gebruiken,
de
vermogenstand
'Ventilatie'
.
HET TOESTEL UITSCHAKELEN
Modellen FAN STOP 2 kW , 3kW, 3.3 kW , 5 kW
Stel de vermogentand in op positie
(ventilatie) gedurende circa 3-4 minuten om
het toestel te laten afkoelen.
Stel de vermogenstand in op positie 0 (OFF)
om het toestel volledig uit te schakelen.
Modellen met POSTVENTILATIE
kW
De
schakelaar
omgevingsthermostaat
'minimum' instellen. De ventilator zal nog
circa 2 minuten blijven draaien om het
toestel
af
te
automatisch
schakelaar van de vermogenstand op 0
zetten.
DE STEKKER NOOIT GEWOON UITTREKKEN OM HET
TOESTEL UIT TE SCHAKELEN.
GEVAAR VOOR OVERVERHITTING !
VEILIGHEIDSTHERMOSTAAT – RESETTEN
ALVORENS DE HIERNA OMSCHREVEN HANDELINGEN
UIT TE VOEREN, DIENT U HET TOESTEL VOLLEDIG
UIT TE SCHAKELEN, DE STEKKER UIT TE TREKKEN
EN UZELF TE VERZEKEREN DAT HET TOESTEL
VOLLEDIG AFGEKOELD IS.
instellen
9 kW, 15 kW, 22
van
op
koelen
en
zal
stoppen.
Vervolgens,
LET OP !
LET OP !
Het
veiligheidsthermostaat die het toestel automatisch
uitschakelt in geval van oververhitting. Indien u
toch met een oververhitting te maken krijgt :
Zoek en elimineer de oorzaak van de
oververhitting :
maken,
hoge omgevingstemperatuur, enz...
Het toestel volledig uitschakelen en volledig
laten afkoelen gedurende enkele minuten
om
op
resettoets op het bedieningspaneel goed
induwen door middel van een
voorwerp.
Indien
veiligheidsthermostaat opnieuw een signaal
geeft, het toestel uitschakelen en beroep
doen op vakmensen.
4. HET HANTEREN VAN HET TOESTEL
HET TOESTEL UITSCHAKELEN EN VOLLEDIG LATEN
AFKOELEN ALVORENS ERAAN TE WERKEN OF HET TE
de
Het toestel regelmatig met perslucht reinigen. Zich
positie
aangepast
reiniging.
In geval van buitengewone ophoping van stof en
daarna
vuil, de rooster aan de achterkant van het toestel
de
verwijderen en de verwarmingselementen en de
ventilator voorzichtig reinigen met een doek of een
zacht borsteltje.
Heel regelmatig de toestand van de voedingskabel
nakijken. Indien hij beschadigd is, de kabel laten
vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
.
ALLE HERSTELLINGEN EN VERVANGING VAN
WISSELSTUKKEN DIENEN EXCLUSIEF DOOR
VAKKUNDIGE EN BEVOEGDE PERSONEN TE
toestel
is
uitgerust
de
luchtdoorgangen vrij
veiligheidsafstanden nakijken, te
de
thermostaat
het
toestel
LET OP !
MANIPULEREN (ZIE PUNT 3.)
beschermen tegen stof tijdens de
GESCHIEDEN.
met
een
te
resetten,
de
puntig
niet
werkt,
of
de