Lees de volledige handleiding vóór installatie en ingebruikneming. Bewaar deze handleiding
zorgvuldig voor later gebruik.
1. BESCHRIJVING
De universele draadloze Easywave dimmer (enkelpolig, één kanaal) is geschikt voor inbouw en
mag enkel worden gebruikt om verlichting tot maximaal 250 W draadloos te schakelen en te dimmen. Op
deze dimmer kun je ook rechtstreeks een vaste NO-drukknop aansluiten.
Het product maakt deel uit van het Easywave radiofrequentiesysteem, een installatietechniek zonder
bedrading tussen de drukknoppen (bedieningspunten) en de te bedienen verbruikers. Het Easywave
systeem is modulair opgebouwd met zenders en ontvangers. Een wandzender heeft de vorm van
een drukknop met twee, vier of acht actieknoppen die tegen een wand kan worden gemonteerd. Een
handzender lijkt op een klassieke afstandsbediening. Eén zender kan een onbeperkt aantal ontvangers
tegelijkertijd bedienen, terwijl één ontvanger kan worden bediend door maximaal 32 zenders.
De bediening op afstand of draadloze bediening is gebaseerd op signaaloverdracht via radiogolven op de
frequentie 868,3 MHz. Op deze frequentie zijn uitsluitend producten toegelaten die niet continu uitzenden,
d.w.z. 1% per uur of 36 seconden. Hierdoor is de kans op storing minimaal. Daarom leent het draadloze
Easywave systeem zich uitstekend voor specifieke toepassingen zoals renovatie van geklasseerde
interieurs, uitbreidingen in bestaande elektrische installaties (waar kap- of breekwerk uitgesloten is),
gebruik in bureaus met verplaatsbare wanden of installaties waar een ingewikkelde bekabeling moet
worden vermeden.
2. INSTALLATIE
2.1. Montage
Tip: Houd rekening met de lokale omstandigheden en de omgeving (fig. 1) wanneer je het contact
monteert.
Tip: Zorg ervoor dat de draadloze signaaloverdracht tussen dimmer en zender niet gehinderd wordt. Plaats
de dimmer zo dicht mogelijk bij de zender.
Tip: Aanwezigheid van metaal of vocht in de muren kan een negatieve invloed hebben op het bereik van de
draadloze signalen (fig. 1). Plaats het contact daarom nooit:
• in een metalen schakelkast, behuizing of vlechtwerk.
• in de buurt van grote metalen objecten.
• op of vlak bij de grond.
Tip: Afhankelijk van de aangesloten belasting warmt de dimmer op tijdens de werking. Als de warmte niet
voldoende kan worden afgevoerd, moet de belasting als volgt worden aangepast:
• 15% lager bij installatie in holle wanden, gipswanden en houten wanden.
• 25% lager bij installatie van meerdere dimmers naast of boven elkaar.
De dimmer is geschikt voor montage in een inbouwdoos met een diameter van minimaal 68 mm.
2.2. Aansluiting
Gevaar: Installeer de dimmer niet onder spanning. Sluit het toestel pas na volledige installatie aan op de
netspanning.
1. Schakel de spanning uit.
2. Sluit de kabel voor de stroomtoevoer en voor de verbruiker aan volgens het aansluitschema (fig. 2).
Opmerking: Zoals aangegeven op het aansluitschema, kun je ook, indien gewenst, een vaste NO-
drukknop aansluiten op de dimmer.
3. Monteer de dimmer in de inbouwdoos.
4. Schakel de spanning in.
5. Stel de dimmode in op basis van de aan te sluiten verbruiker (zie rubriek 4.2.).
6. Programmeer de draadloze Easywave drukknop en/of de Easywave handzender op de dimmer (zie
rubriek 5.1.).
7. Werk af met een blindplaat of een afwerkingsset voor de draadloze Easywave drukknop.
Opgelet: Om transformatoren parallel te schakelen, mag je uitsluitend identieke types gebruiken en moet
je letten op de maximale belasting. De volgende belastingen mogen niet samen worden geschakeld:
• halogeenlampen met gewikkelde transformator en halogeenlampen met elektronische
transformator.
• halogeenlampen met transformator en spaar- of ledlampen.
In dit geval moet je per belasting een afzonderlijke dimmer gebruiken.
3. INSTELLINGEN
3.1. Algemene werking
Met een draadloze Easywave drukknop of een Easywave handzender (een- of tweeknopsbediening) die aan
de dimmer gekoppeld is, wordt de verlichting altijd zachtjes in- en uitgeschakeld of op- en neergedimd.
Om de verlichting lokaal te schakelen of te dimmen, kun je ook een vaste NO-drukknop aansluiten op de
dimmer.
De ingebouwde elektronische beveiliging tegen kortsluiting, overbelasting en oververhitting garandeert een
maximale veiligheid tijdens gebruik.
Opgelet: De dimmer mag niet worden gebruikt om elektrische motoren te schakelen of te dimmen.
nv Niko sa Industriepark West 40, BE-9100 Sint-Niklaas, Belgium — tel. +32 3 778 90 00 — fax +32 3 777 71 20 — e-mail: support@niko.be — www.niko.eu
PM005-36000R14075
3.2. Reikwijdte tussen Easywave handzenders en draadloze Easywave ontvangers
De werking van toestellen met een afstandsbediening zoals een tv of video- en audioapparatuur wordt niet
verstoord door een Easywave handzender. Je hoeft de handzender niet optisch te richten naar de draadloze
Easywave ontvanger. De reikwijdte binnenshuis bedraagt ongeveer 30 m. In open veld wordt een reikwijdte
van 100 m gehaald. Het bereik van de handzender is afhankelijk van de gebruikte materialen in de woning.
Je kunt een diagnosetoestel (05-370) gebruiken om de draadloze signaalsterkte in een omgeving te
bepalen. Het toestel herkent alle 868,3MHz-signalen. Aan de hand van negen indicatieleds wordt de
ontvangstkwaliteit van het zendsignaal of de sterkte van de aanwezige stoorsignalen weergegeven. Zo
kun je vaststellen of het bereik van de handzender toereikend is. Figuur 1 toont het kwaliteitsverlies van
het zendbereik afhankelijk het gebruikte materiaal. Je kunt een draadloze Easywave repeater (05-535)
gebruiken in installaties met onvoldoende reikwijdte.
3.3. Werkingsmodes
De dimmer beschikt over drie werkingsmodes die telkens een- of tweeknops kunnen worden bediend:
Werkingsmode
dimmen/schakelen met geheugenfunctie
dimmen/schakelen zonder geheugenfunctie
schakelen op vaste lichtsterkte
Raadpleeg rubriek 5.1. voor meer informatie over de programmering van de verschillende werkingsmodes
en hun bedieningsmogelijkheden.
Opmerking: Als je een vaste NO-drukknop wilt gebruiken in combinatie met de dimmer, moet je
deze drukknop programmeren voor een werkingsmode met eenknopsbediening. Om op of neer te dimmen,
houd je de drukknop ingedrukt. Zodra de maximale lichtsterkte bereikt is, laat je de drukknop even los
en druk je hem opnieuw in om verder te dimmen. Om de verlichting in te schakelen, druk je kort op de
drukknop. Druk nogmaals kort op de knop om de verlichting opnieuw uit te schakelen.
4. INSTELLINGEN
4.1. Fabrieksinstellingen
De onderstaande parameters zijn bij levering als volgt ingesteld:
Parameter
dimmode
werkingsmode
4.2. Dimmode instellen
Afhankelijk van de aan te sluiten verbruiker stel je de dimmode als volgt in:
Stap
Actie
1.
Houd de programmeerknop (P) vooraan op
de dimmer (fig. 2) ongeveer 10 seconden
ingedrukt.
2.
Laat de programmeerknop (P) los.
3.
Druk herhaaldelijk op de programmeerknop
(P) tot ...
4.
Houd de programmmeerknop (P) ingedrukt op
de kleur van de gewenste dimmode.
1
Gloeilampen, 230V-halogeenlampen, elektronische voorschakelapparatuur voor
laagspanningshalogeenlampen, dimbare ledlampen (ook voor gemengde belastingen zoals gloeilampen
en halogeenlampen met elektronische transformator alsook gloeilampen en spaar- en ledlampen).
2
De lichtsterkte bij het inschakelen is vastgesteld op ongeveer 50% van de dimcurve. Deze waarde kan
achteraf worden aangepast.
3
Gloeilampen, 230V-halogeenlampen, dimbare ledlampen, gewikkelde transformatoren voor
laagspanningshalogeenlampen (ook voor gemengde belastingen zoals gloeilampen en halogeenlampen
met transformator).
Opmerking: Per dimmer mag je maximaal tien dimbare lampen aansluiten.
5. PROGRAMMERING
Kort drukken op de programmeer- of actieknop mag maximaal 1,6 seconde duren. Als je lang moet
drukken op de programmeerknop, mag dit maximaal 10 seconden zijn, omdat anders de dimmode zal
worden gewijzigd.
Bij een langdurige stroomonderbreking blijft de programmering behouden.
Opgelet: Als je in programmeermode binnen de 20 seconden niet op een programmeer- of actieknop
drukt, wordt deze mode afgesloten. De instellingen worden niet opgeslagen.
05-360
Functie
De laatst ingestelde lichtsterkte wordt opgeslagen.
Als je de verlichting opnieuw inschakelt, springt ze
aan op deze lichtsterkte.
Je dimt de verlichting op en neer zonder dat de
laatst ingestelde lichtsterkte opgeslagen wordt.
Deze mode is geschikt om de verlichting te
schakelen volgens je eigen voorkeursinstellingen.
Fabrieksinstelling
faseafsnijding
dimmen zonder geheugenfunctie met
eenknopsbediening – verlichting springt aan op
maximale lichtsterkte
Gevolg
De indicatieled knippert afwisselend geel en
groen.
De ingestelde dimmode wordt weergegeven.
... de indicatieled oplicht in de kleur van de
gewenste dimmode:
• blauw: faseafsnijding voor ohmse
(resistieve) en capacitieve belastingen
• paars: faseafsnijding voor dimbare
spaarlampen
2
• geel: faseaansnijding voor ohmse
(resistieve) en inductieve belastingen
De indicatieled dooft. De dimmode is
opgeslagen.
1
3
1
NL