8. Gebruik
1.
Plaats de ventilator op een horizontaal oppervlak.
2.
Stel de ventilator in op de gewenste hoogte door de hoogte-
instelknop los te draaien (linksom), de hoogte in te stellen en
vervolgens de instelknop weer vast te draaien (rechtsom).
3.
Stel de gewenste helling van de ventilator in. Deze kunt u als
volgt instellen.
a.
Horizontaal (positie a) of licht naar boven neigend (positie
b).
b.
Zwenkend van links naar rechts (over een hoek van 90°).
Op deze manier wordt de lucht beter over de ruimte
verdeeld.
Druk
motorbehuizing volledig in.
c.
Zonder zwenken. Op deze manier wordt een zeker bereik
geventileerd. Trek de zwenkknop naar boven tot u deze
hoort klikken.
4.
Steek de stekker in het stopcontact.
5.
Schakel de ventilator in door de snelheidsknop te draaien.
a.
Stand I:
lage snelheid
b.
Stand II:
gemiddelde snelheid
c.
Stand III:
hoge snelheid
6.
Schakel de ventilator uit door de snelheidsknop in stand 0 te
zetten.
de
zwenkknop
bovenop
9. Reiniging en onderhoud
Na verloop van tijd kan zich stof afzetten op het beschermrooster
en de ventilatorbladen. Probeer stof altijd eerst met een borstel of
stofzuiger te verwijderen. Als dit niet voldoende is, kunt u de
ventilator demonteren om hem schoon te maken.
1.
Trek de stekker uit het stopcontact.
2.
Maak de 6 clips van het beschermrooster los.
3.
Gebruik een kleine schroevendraaier om de schroef aan de
onderkant van het beschermrooster los te draaien.
de
4.
Verwijder het voorste beschermrooster.
5.
Houd de ventilatorbladen stevig vast zodat ze niet kunnen
draaien en maak de schroef los met een kleine schroeven-
draaier. Verwijder de ventilatorbladen.
6.
Draai de schroeven van het achterste beschermrooster los
met een kleine schroevendraaier en verwijder het rooster.
7.
Stof het product af met een zachte, droge doek. Als dit niet
voldoende is, gebruik dan een vochtige doek en een neutraal
schoonmaakmiddel. Laat het apparaat volledig drogen
voordat u het weer gebruikt. Gebruik geen oplos- of schuur-
middelen. Dompel de ventilator nooit onder in water of een