Indicaties/contra-indicaties
Algemeen:
Eindhulpmiddelen - eindeffectors bovenste ledematen:
Prothetische hulpmiddelen zijn hulpmiddelen die zijn ontworpen om in bepaalde aspecten en
functies van de menselijke hand te voorzien of deze na te bootsen; ze zijn tevens anatomisch
realistisch. Al deze hulpmiddelen hebben voordelen, beperkingen, functionaliteiten en risico's
die door de gebruiker-consument moeten worden begrepen. De basis voor een betrouwbaar
functioneel resultaat bij het gebruik van deze hulpmiddelen is het hebben van een goed
ontworpen, betrouwbaar gesuspendeerd, comfortabel, functioneel prothetisch lidmaat, dat de
resterende fysieke mogelijkheden van de gebruiker optimaliseert, inclusief het bewegingsbereik en
de kracht van het lidmaat. Het resterende lidmaat zelf begrenst in wezen de functie en prestaties.
Doorgaans zal een langer lidmaat met een prothese meer functionele capaciteit bereiken, waarbij
ervan wordt uitgegaan dat het spier- en skeletraamwerk van het lidmaat niet verder zijn aangetast
dan het ontbreken van de hand. Verlies van spierweefsel, permanente zenuwbeschadiging
en fantoomgevoel/pijn kunnen allemaal van invloed zijn op het vermogen van de gebruiker
om met een prothese te werken. Over het algemeen zal een gebruiker met een ontbrekend
lidmaat waarvan minder dan 25% van de humerus resteert geen geschikte kandidaat zijn om de
prothetische technologie voor de bovenste ledematen met succes te gebruiken. Bovendien zijn de
cognitieve scherpte en het cognitief vermogen van de gebruiker belangrijk om het functiebereik
en de specifieke functielimieten te begrijpen, terwijl ze dergelijke prothetische hulpmiddelen
gebruiken om hun prestaties te optimaliseren en letsel te voorkomen.
Ten slotte brengen alle prothetische eindhulpmiddelen inherente gevaren van verstrikking of
aangrijping met zich mee, waarbij de vrijgave in het gedrang kan komen vanwege hun fysieke
uiterlijke ontwerp, unieke harde materialen en gebrek aan 'gevoel'. Het dragen van een prothese
voor de bovenste ledematen houdt risico's in! Training en therapie worden altijd aanbevolen bij het
gebruik van een prothese, vooral wanneer nieuwe of unieke technologie wordt gebruikt of wanneer
de bedieningselementen van het prothesesysteem worden gewijzigd.
Specifiek:
Door het lichaam aangedreven hulpmiddelen: Grijpeindhulpmiddelen.
Door het lichaam aangedreven protheses die voor de bediening een schouderharnas en kabel
gebruiken, vereisen een bepaald niveau van fysieke coördinatie en kracht. Bovendien vereist het
gebruik van dergelijke hulpmiddelen een degelijke cognitieve basis die de gebruiker inzicht geeft in
de waarden van de technologie, hoe deze werkt en de beperkingen ervan alsmede het potentieel
voor prestaties en zelfverwonding. Door het lichaam aangedreven protheses moeten geoefend
worden. Door meer te oefenen worden betere functionele resultaten verkregen. Bepaalde
hulpmiddelen hebben capaciteiten die verder gaan dan die van de menselijke hand met betrekking
tot hun vermogen om schokken te weerstaan, belasting te weerstaan en omgevingselementen te
weerstaan, zoals extreme hitte, vuur, vrieskou en bijtende chemicaliën. Andere hulpmiddelen zijn
inferieur aan de menselijke hand met betrekking tot dergelijke blootstellingen. De gebruiker moet
de aspecten van elk type technologie dat hij wil gebruiken, begrijpen en er voordeel uit halen.
4
76