Accu plaatsen/verwij deren
Accu plaatsen:
1. Schuif de accu (5) langs de geleidings-
rail in het apparaat. Hij klikt hoorbaar
vast.
Accu verwijderen:
2. Om de accu (5) uit het apparaat te ha-
len, drukt u op de ontgrendeltoets van
de accu (6) en trekt u de accu eruit.
In-/uitschakelen
Inschakelen:
1. Druk op een van de beide veiligheids-
schakelaars (3) rechts of links op de
handgreep.
2. Druk op de aan-/uitknop (4).
3. Nu kunt u de veiligheidsschakelaar (3)
loslaten.
Uitschakelen:
4. Laat de aan-/uitknop (4) los.
Laadtoestand van de accu
controleren
De laadtoestandsindicator aan de zijkant
van de accu signaleert de laadtoestand.
Druk op de toets van de laa-
dindicator op de accu. De
laadtoestand van de batterij wordt aange-
duid met de betreffende leds die beginnen
te branden.
Drie leds branden (rood, oranje en groen):
Batterij geladen
Twee leds branden (rood en oranje):
Batterij gedeeltelijk geladen
1 led brandt (rood):
Batterij moet worden geladen
Gedetailleerde informatie over de
accu vindt u in de handleiding van
uw accu.
Werkinstructies
Werk veilig en doordacht!
Schaven
Let op! Gevaar voor terugslag!
Zet uitsluitend een ingescha-
kelde schaafmachine tegen
het te bewerken werkstuk.
·
Zet het te bewerken werkstuk vast.
·
Stel de gewenste schaafdiepte in.
·
Schakel het apparaat in en zet het met
de schaafzool op het werkstuk.
Beweeg het apparaat met gelijkma-
·
tige snelheid over het te bewerken
werkstuk.
Druk het apparaat niet op het werkstuk
dat u wilt bewerken.
·
Wanneer de schaafmachine op het
werkstuk wordt geplaatst, voorkomt de
veiligheidsinrichting (22) aan de onder-
kant van de schaafzool dat de messen
het werkstuk raken. De veiligheidsin-
richting (22) klapt tijdens het bewegen
in.
Kanten afbramen
Met de V-groeven vooraan in de schaaf-
zool kunt u randen afbramen.
Zet de schaafmachine met de V-groef
·
(15) op de rand van het werkstuk en
beweeg hem langs de rand van het
werkstuk.
Begin met de kleinste V-groef. Werk
·
van de kleinste V-groef naar de groots-
te toe.
NL
BE
59