In gebruik nemen
bewakingsmodus. De LED knippert dan weer ongeveer elke 6 minuten.
• De rookmelder kan ook getest worden met de RM testspray van ABUS. Zodra
de testspray in de detectiekamer dringt, klinkt er een alarmsignaal waarna
het functioneren van de rookmelder getest wordt.
Attentie:
Het alarm is zeer krachtig. Gebruik gehoorbescherming!
Verwisselen van de batterij
• Zodra de batterij te zwak wordt, klinkt er om de 43 seconden een pieptoon
(gedurende ca. 30 dagen) om u eraan te herinneren dat de batterij
vervangen moet worden.
• Maak de melder los door deze linksom (tegen de wijzers van de klok in) van
de sokkel los te draaien. Verwijder vervolgens de oude batterij en vervang
deze door een nieuwe. Let op dat de polariteit van de batterij overeenkomt
met de in de melder aangegeven polariteit (zie afb. 1).
• Zodra dit signaal klinkt, dient de batterij verwisseld te worden.
• De rookmelder blijft voorlopig wel volledig functioneren.
• Na het vervangen van de batterij dient de rookmelder altijd te worden
getest.
• Voer dan de bovenomschreven test uit.
Attentie
Ten behoeve van een lange levensduur en betrouwbaar functioneren
adviseren wij kwaliteitsbatterijen.
Alarm en vals alarm
Zodra de drempelwaarde wordt overschreden, klinkt er een luid akoestisch
alarmsignaal.
• Het alarmsignaal blijft klinken zolang er rook in de detectiekamer is.
• Het alarm wordt pas uitgeschakeld zodra de detectiekamer weer rookvrij is.
– 52 –
Alarm
Alarm
Wat te doen bij vals alarm?
Valse alarmen kunnen veroorzaakt worden door bijv. een zeer hoge
luchtvochtigheid, piepkleine insecten, rookontwikkeling bij het koken of het
vrijkomen van veel stof. Als het alarmsignaal klinkt, brengt u zichzelf eerst
in veiligheid. Zodra u zeker weet dat het om een vals alarm gaat, kunt u de
melder uitschakelen door de test/stop knop gedurende 9 minuten ingedrukt
te houden. De rookmelder schakelt ook vanzelf uit zodra er geen rookdeeltjes
meer in de rookkamer binnenin de melder zijn of de test/stop knop nogmaals
ingedrukt wordt.
Uitschakelen
Het alarmsignaal kan met behulp van de test/stop knop gedurende 9 minuten
tijdelijk worden uitgeschakeld. Als de onderdrukkingschakeling is geactiveerd
knippert de rode led elke 10 seconden. Wanneer na ongeveer 9 minuten nog
steeds rook in de rookmeetkamer wordt gedetecteerd gaat het akoestische
signaal opnieuw af. Activeer de schakeling voor onderdrukking van het alarm
alleen als u met 100% zekerheid een oorzaak van een brand kunt uitsluiten!
Onderhoud en controle
Rookmelders dienen ten minste eenmaal per jaar conform DIN 14676 te
worden gecontroleerd op functioneren. Het functioneren van deze rookmelder
kan gecontroleerd worden door de controleknop gedurende langere tijd
ingedrukt te houden. (5 in afbeelding 1). De led knippert dan snel, waarna
een geluidssignaal ter bevestiging volgt.
Reinigen
• Stoffige melders moeten schoongemaakt worden. Opgehoopt stof in de
luchtspleten van de melder kan weggezogen of -geblazen worden.
Zo nodig kan het stof ook met een penseeltje worden verwijderd.
• Zuig bij het vervangen van de batterij de meetkamer van de rookmelder
voorzichtig uit om binnengedrongen stof en vuil te verwijderen.
• De buitenkant kan met een lichte vochtige doek en een zeepoplossing
gereinigd worden.
Onderhoud en controle
– 53 –
NL